knopfler
Het is een hip fenomeen, de reünietour. En masse maken grote bands van weleer hun comeback om nog één keer de wereld rond te reizen. Verpakt als kriebel, dat jongetje in het hoofd dat maar niet stil wil zijn, maar toch vooral een kwestie van eenvoudig pensioengeld binnenharken. Want het publiek betaalt fors om te kunnen zien in welke staat van ontbinding de jeugdhelden uit de jaren zestig, zeventig en tachtig zich bevinden.

Ik moest en zou zondagavond in de Heineken Music Hall zijn voor mijn held. De man die jarenlang met de mooiste arrogante lach van de wereld ieder stadion op beide halfronden in zijn greep hield. De man ook die mooier dan wie dan ook thank you schreeuwde na een applaus, om onmiddellijk ogenschijnlijk achteloos zijn gitaar weer het woord te geven. Mark Knopfler. Hoe vaak ben ik niet intens gelukkig geweest tijdens Telegraph Road. En hoeveel keren heb ik me heerlijk miserabel gevoeld terwijl Brothers In Arms uit de speakers kwam. Ik moest en zou Romeo and Juliet en Going Home live uitgevoerd zien worden.

Het risico kende ik vooraf. De laatste jaren vult Knopfler zijn albums met bejaardenblues. Stuiversalvo’s die niet zouden misstaan op de jaarlijkse zigeuneravond op Vinkenslag. Muziek die in spaghettiwesterns in louche barretjes wordt gespeeld, totdat de schurk van de film het refrein tot opluchting van de kijkers in de bioscopen met zijn revolver beëindigt. Van de oude leden van Dire Straits touren er nog maar weinig mee. Toch bleek dat niet het probleem zondagavond in de Heineken Music Hall. Ook de nieuwe formatie rondom mijn held bleek de oude hits te beheersen. Alleen de held zelf, die bleek oud geworden en zijn haarband (helemaal) en snelheid (deels) verloren.

De fameuze gitaarsolo in Sultans Of Swing haalde niet het moordende tempo dat ik kende van de beelden uit Rotterdam en Basel. Het thank you klonk gereserveerder. De arrogantie en nonchalance had hij ingeruild voor ervaring en rust. Muzikaal allemaal dik in orde, maar niet meer de Heavy Fuel van de stadions. En toch zag ik ook gisteren af en toe die ondeugende twinkeling in zijn ogen. Ogen waarmee hij op een paar onbewaakte momenten uitdagend de zaal in keek om non-verbaal te vertellen dat niemand hem iets maakt. Ik moet het me verbeeld hebben, maar op die momenten zag ik de glinstering van die karakteristieke neonband om zijn bijna kale hoofd. Alleen die glans had ik al niet willen missen. Mark, mijn held.



No Responses Yet to “De glinstering van neon”  

  1. No Comments Yet

Leave a Reply