Als een verliefde puber zo blij ben ik vandaag. Veertien (!) minuten aan de telefoon (acht wachtend, zes in gesprek) en het was geregeld. Vanaf augustus keer ik terug bij Ajax. Oké, mijn comeback zal waarschijnlijk minder onrustige cameraploegen en uitzinnige fans opleveren dan de terugkeer van Cruijff in 1981 of die van Litmanen in 2002. Maar ik zal er zijn en ik zal me laten horen. In hetzelfde vak 410 waar ik eerder ook zoveel spannende momenten beleefde, totaal afgesloten van de buitenwereld als een fietser met capuchon door noodweer. Waar ik 259 keer juichte voor een Amsterdamse goal, maar ook regelmatig stil afdroop als weer eens was gebleken dat Godenzonen soms net mensen zijn.

De eerste keer was in augustus 2000. Zo groen als gras begaf ik me die dagen (en nachten) vooral in Nijmeegse kroegen. De organisatie van de introductie voor de studie Communicatiewetenschap op wat toen nog de Katholieke Universiteit heette was van mening dat studenten elkaar al voor het eerste college goed moeten leren kennen en hadden die visie verwerkt in een doorwrocht elfdaags programma waarin vrije kwartiertjes spaarzaam waren. Elkaar leren kennen deed je in die tijd volgens oudhollandse traditie door dropveters van mond tot mond te laten gaan en met komkommers tussen je benen over pleintjes te hopsen. Eén avond – dat wist ik van tevoren – kon me gestolen worden. Dinsdag 22 augustus speelde mijn Ajax de eerste wedstrijd van het seizoen tegen Fortuna Sittard.

Natuurlijk was ik al eerder in de Arena geweest, maar altijd als gast met een gewoon kaartje. Die avond hadden mijn vader en ik voor het eerst een seizoenkaart en zo’n pasje maakt het stadion je tweede thuis. Ik weet alles nog. Het stokbroodje kaas dat als anti-kater voer moest dienen. Het bier dat de kater uiteindelijk maar uitstelde toen bleek dat het experiment met het stokbroodje kaas als mislukt kon worden beschouwd. En de kennismaking met de seizoenkaarthouders om ons heen - ’de nieuwe buren’. Ajax won met 5-0 door doelpunten van Shota Arveladze, Richard Knopper, nog een keer Shota, Brutil Hosé en Riesj Witschge. Een mooi debuut voor ons, maar ook voor Co Adriaanse die voor het eerst als hoofdcoach langs de kant stond. Met dezelfde trots die ik die avond voelde, dat kon ik zien.

Ruim een jaar later zwaaiden we Adriaanse uit. Een kundige trainer die Co, maar onuitstaanbaar, daar waren we het als seizoenkaarthouders wel over eens. In de seizoenen die volgden viel er veel te juichen in de Amsterdamse vesting. In 2002 was de bekerfinale bijna tussen Ajax 1 en Ajax 2 gegaan, ware het niet dat de jonkies vergaten om het murw gebeukte FC Utrecht het laatste tikje te geven. Het eerste won de dubbel. Van een kwetsbare ploeg in crisistijd groeide Ajax onder Ronald Koeman in een paar maanden tijd uit tot een prijzen pakkende formatie waarop zelfs de buitenspelregel geen vat kreeg. Een jaar later maakten de Koeman Kids furore in Europa door dapper weerstand te bieden aan grootmachten als Arsenal, AS Roma, Valencia en AC Milan. Eigenlijk had Cristian Chivu dat seizoen de cup met de grote oren omhoog moeten houden, daar waren we het als seizoenkaarthouders wel over eens. Die vervelende Italianen ook altijd!

In 2004 vond mijn vader het goed geweest en door een nieuwe baan, een nieuw huis en een nieuwe vriendin had ik het een zomer later ook gehad. Echt spijt heb ik nooit gehad, maar het verlangen naar het stadion kwam wel snel terug. De liefde sudderde een tijdlang op een laag pitje door en wat ontstond was een knipperlichtrelatie met onregelmatige bezoekjes aan de geliefde ex. Onregelmatige bezoekjes die naarmate de tijd verstreek wel steeds frequenter voorkwamen. Dit zat er dus aan te komen. En toch voelt het vandaag als de eerste keer. Mijn ex en ik, we komen weer bij elkaar.



3 Responses to “Terug in 410 – over aanzwellende jeugdliefde”  

  1. 1 Roy

    Je vergeet helemaal te zeggen dat je beste vrienden bij je zijn.

  2. 2 tylerstories

    Oh ja, mijn beste vrienden zijn bij me. :)

  3. 3 john

    ja het zijn je beste vriende welkom terug ibij de beste club


Leave a Reply