Ready for takeoff. Nog een uur en dan begint de vakantie echt. Eindbestemming is El Arenal, Mallorca, domein van dronken Duitsers, weidse zandstranden en Majorica-parels. Maar voor we daar morgen naartoe vliegen, houden we halt op een tussenstation. Next stop: Amsterdam, stad van bruine cafés, wallen en – sinds gisteren – Miralem Sulejmani.

Dat laatste zorgt ervoor dat ik met een gerust hart op vakantie kan. Natuurlijk moet er verdedigend de komende weken nog wel wat bij (Henrique? Boulahrouz? Oleguer?) en is ook de hoop op een echte spelmaker nog niet verdwenen, maar de eerste grote vis is binnen.

Hoe anders was dat vorig jaar, toen ik tijdens een zomerse reis naar Italië om het uur naar m’n mobieltje greep om te kijken of er nog steeds geen witte aankooprook uit Amsterdam was opgestegen. Twee keer werd m’n geduld beloond, maar niet op de manier waarop ik hoopte.

De eerste keer was laat op de avond toen we op het centraal station van Rome (Termini) stonden, klaar voor de metro richting uitgaansgeweld. ‘Urzaíz’, las ik. Hm, leuke naam, maar is die man niet enorm oud? Die vraag is het afgelopen seizoen meer dan afdoende beantwoord.

De tweede keer nestelden we ons net in een hotel in Venetië. ‘Dennis Rommedahl’. Slik. Zoeken naar iets positiefs. Die kan toch heel hard rennen?! Het lukte niet. Dennis Rommedahl, die draver uit Eindhoven. De resterende Italiaanse dagen heb ik me afgevraagd wat er mis is met de wereld.

Nu lijkt er niks mis. Ik ga zorgeloos naar de Spaanse zon. Sombrero op m’n hoofd, mobieltje op gepaste afstand in het zand. Maar eerst Amsterdam. Misschien kan ik Marco of Danny nog iets influisteren in een bruin café?



No Responses Yet to “Mallorca I: tussenstop Amsterdam”  

  1. No Comments Yet

Leave a Reply