
Het klinkt pijnlijk hard door Café Shooters. Vier woorden die leiden tot grote saamhorigheid in de provincie. Een strijdlied dat minderwaardigheidscomplexen in het hele land bindt. Helemaal niets in Amsterdam.
6 april 1988. Berry van Kilsdonk kreunt en trekt terug. Pas een dikke minuut, amper twintig stoten is hij bezig, maar het zweet gutst over zijn voorhoofd en langer uitstellen lukt niet. Geschrokken haalt Berry zijn Brabantse gemoedelijkheid terug uit de frontlinie. De dame die onder hem ligt luistert naar de bijnaam de gebochelde van Valkenswaard. Van zijn schrikreactie schrikt ook zij, waardoor hij toch weer verder naar binnen schiet. Snel trekt hij een tweede keer terug, deze keer definitief. Een kreun van verlichting. Het grootste deel van het zaad verwarmt het bed in de Nuenense slaapkamer, maar niet alles. Hortend en stotend bewegen zich een paar eigenwijze Brabantse kikkervisjes richting baarmoederhals van de gebochelde. Hoe is het mogelijk, denkt Berry.
Op volstrekt identieke wijze scoorde Edward Linskens eerder die avond – ruim 1600 kilometer verderop – in het Estadio Bernabeu voor PSV de 1-1 tegen de Koninklijke. De belangrijkste frommelgoal in de clubgeschiedenis. Hortend en stotend verdween het schot – was het een schot te noemen? – voorbij de verbouwereerde doelman Paco Buyo in het Madrileense doel. Hoe is het mogelijk, dacht de wereld. Het rollertje van Linskens vormde de opmaat naar de enige Europacup I winst van de Philips Sport Vereniging. In een feestcafé op Stratum gooide Berry van Kilsdonk zijn bier in de lucht en zoende het meisje dat naast hem stond: de gebochelde van Valkenswaard.
Negen maanden later – PSV heeft inmiddels de strijd om de Wereldbeker verloren, waardoor die prijs zonder schuld van Theo Maassen ontbreekt in de Eindhovense prijzenkast – bevalt de gebochelde van Valkenswaard van een zoon: Edward van Kilsdonk.
Een roodgebloesde puber met beugel en melkboerhondenhaar in de hoek van Café Shooters zet in. Helemaal niets in Amsterdam. Toen mijn club, met vier Europacups, de laatste trofee won was ik twaalf. Ik voelde m’n schaamhaar al binnenshuids kriebelen. Toen zijn club – de enige die de cup won zonder vanaf de kwartfinale ook maar een wedstrijd te winnen – dat voor het eerst en het laatst deed was hij nog niet geboren. Het grootste succes van zijn club beleefde hij in de buik van de gebochelde. Het beugelbekkie is Edward van Kilsdonk, geboren omdat zijn vader hem die avond verkeerd raakte. En zover was het nieteens gekomen als Edward Linskens niet half langs die bal had gemaaid. Maar alles zat tegen, die zesde april in 1988 en dus staat hij er wel, in de hoek van Café Shooters. Met z’n bloedkop.
Wolken houden El Arenal de laatste twee dagen in hun greep. De zon is verhuurd aan Ibiza. Mallorca zonder zon is als Siberië zonder kou. Toeristen kijken verdwaasd uit hun ogen, die – als ze konden spreken – iets zouden zeggen als: wat gebeurt hier nou, daar ben ik niet voor verzekerd. Het wolkendek geeft mij tussen alle zomerpret wat extra tijd om na te denken. Helemaal niets in Amsterdam? Wat nou? Geen Blue Parrot? Geen nevenvestigingen van Philips? Geen berekenend punnikvoetbal? Geen Joegoslavische maffiamakelaars? Geen jaarlijks veranderende clownspakken? Geen Edward Linskens? Geen Berry van Kilsdonk? In dat geval hebben ze gelijk. Helemaal niets in Amsterdam! Driewerf hoera!
In Amsterdam werkte Ajax vandaag de eerste training af onder leiding van Marco van Basten. Nog zonder stagiair Dennis Bergkamp, maar met nieuwe aanwinsten Darío Cvitanich en Miralem Sulejmani. En met de zon fier aan de hemel. Noem dat maar niets.
Filed under: mallorca | 4 Comments
Tags: helemaal niets, kreun, linskens, van kilsdonk
zoek
-
U bekijkt op het moment de Tyler Stories archieven
Soms vraag ik me af of het nu liefde is voor Ajax of afgunst jegens PSV wat je zo drijft…
Verkapte Calimero
Berry van Kilsdonk zit ook op het PN. Maar ik vind die andere Berry leuker. Berry de Postbode.
Kwestie van identiteit. En dat betekent – ook als voetbalsupporter – alles waar je voor staat, maar vooral ook alles waar je niet voor staat. Zoals Simon Kuper in zijn boek ‘Voetbal als oorlog’ zegt over de wedstrijd Nederland-Duitsland in 1988:
‘De Duitse spelers waren het Kwade en de Nederlanders het Goede. Ofwel: de Duitsers waren Duits en de Nederlanders waren Nederlands.’
Het hangt dus met elkaar samen. Voor mij als Ajacied niet alleen omdat PSV de enige serieuze concurrent is, maar ook omdat het resultaten boekt op basis van spelopvattingen die niet de mijne zijn.
Ongetwijfeld zullen andere mensen een volledig omgekeerde mening hebben. Dat is ook prima. Sartre wist in 1945 al: de hel, dat zijn de anderen.
En Berry wist in 1988 al: “Ik ben als Berry van Aerle begonnen en zo zal ik ook eindigen.”